| To Letter To Whom It May Concern (related to Guillaume Defossé and Jan Franck, and DGS Video Compression) | ||||||
|
Dirk Laureyssens Grote Steenweg 408 Bus 19 2600 Antwerpen Aan Guillaume Defossé Aan Jan Franck p/a Meester Jan Helsen Pieter Reypenslei 25 2640 Mortsel
Per fax (03/440 70 94), per email en per aangetekend schrijven.
Geachte heren Defossé en Franck,
uw referte: samenwerkingsovereenkomsten Mijn referte: Kwader trouw
Ik ontving twee aangetekende brieven met ontvangstbewijs, dd 8 december 2006, met referte: samenwerkingsovereenkomsten. De inhoud van beide brieven is identiek, doch in beide gevallen ontbreekt het verzendingsadres zodat ik verplicht ben mijn antwoord te zenden naar Meester Jan Helsen, van wie ik veronderstel dat hij nog steeds uw raadsman is. Daarnaast weet ik niet of de bewuste brieven met ondermeer een eenzijdige opzegging wel van jullie zijn of van iemand anders die zich voor U uitgeeft.
Onder voorbehoud dat die brieven werkelijk van jullie zijn meld ik U hetgeen volgt.
Ik kan de gehele inhoud van uw schrijven niet aanvaarden. De opzegging is van geen enkele waarde. Uw opzegging wordt als methode gebruikt om aan de contractuele verplichtingen te ontsnappen die voor onbepaalde termijn werden aangedaan en waarvan vaststaat dat zij perfect uitvoerbaar zijn mits de nodige goede trouw.
Uw schrijven getuigt van kwader trouw aangezien U beiden al het mogelijke doen om de samenwerkingsovereenkomst te laten vernietigen nu er geld gaat ontvangen worden aangezien er een nakende verkoop is. Dit heeft U tenandere tijdens de tweede zitting als motief ( het dringend karakter wegens een nakende verkoop) gebruikt ten aanzien van de Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen in de zaak Franck-Defossé tegen Dirk Laureyssens (Rol Nr. 36-06/6088/A).
Ik eis de integrale uitvoering van de bedoelde overeenkomst, namelijk dezelfde overeenkomst waarvoor U bij de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen de vernietiging vroeg, hetgeen U trouwens geweigerd werd. Tijdens de derde zitting werd de zaak wegens (1) de noodzaak tot uitgebreide debatten en (2) gezien de grote sommen geld die bij deze zaak betrokken zijn door de Voorzitter naar een andere kamer verwezen voor uitgebreidde debatten. Daarbij heeft Uw raadsman, Meester Helsen, mij enerzijds wel verplicht te concluderen, maar zelf na inzage van de ernst en overvloed van mijn argumenten - nagelaten om zelf binnen de maand te concluderen, zodat ik mij verplicht zie om vaststelling te verzoeken in toepassing van Art. 751 Ger.W.
Daarnaast benadruk ik dat waar ik de overeenkomst nauwkeurig en correct heb uitgevoerd en zonder enige vergoeding en op eigen kosten bv. klanten als Nokia en Bertelsmann aanbracht, het steeds opnieuw U, Mr. Defosse, geweest is die weigerde zijn overeengekomen deel/prestatie te leveren en in concreto uit te voeren volgens de geest en de letter van de samenwerkingsovereenkomst. Bovendien negeerde U, Mr. Defosse, evenals U Mr. Franck, de betwiste samenwerkingsovereenkomst volledig. Jullie sloten met derden nieuwe gelijkaardige of overlappende overeenkomsten af, bv. met de heer Bartes Van Ooijen uit Aruba, en tevens sloot U beiden nadien met de heer Guido Van De Moortele een nieuwe overeenkomst af die flagrant in tegenspraak was met bv. de verbintenis dd 14 juni 2004. Dit alles is duidelijk een geval van kwader trouw en onwil.
Bovendien had U beiden, Mr. Defosse en Mr. Franck, alle vrijheid en tijd om de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst uit te voeren. Het was dus zeker geen kwestie van "ten eeuwige dage" uw vrijheid aan banden te leggen (Cfr. Eerste alinea schrijven dd. 8 december 2006), doch het was Uw persoonlijke, vrijwillige en bewuste actie om zich van U voorheen aangegane verplichtingen te ontdoen of deze bewust te negeren. Dit gebeurde daarenboven zonder mij daarvan op de hoogte te brengen of zonder daarover te communiceren. Het is dus duidelijk dat U beiden intentioneel in de fout zijn gegaan. U was zich zeer goed bewust van de bedoelde samenwerkingsovereenkomst, en van de overeenkomst van 14 juni 2004, en van de verplichtingen die op U rustte, maar besloten beiden die contractuele verplichtingen gewoon naast U neer te leggen.
Dus ik betwist dat, zowel U Mr. Defosse, als U Mr. Franck, het recht hebben om ook maar enigzins goeder trouw in te roepen om de betreffende samenwerkingsovereenkomst eenzijdig te verbreken. Het is ontegensprekelijk dat U beiden ter kwader trouw heeft gehandeld. Dit wordt nogmaals bevestigd wanneer U in de dagvaarding zelf andere motieven inroept dan U tijdens de tweede zitting inroept. Tijdens de tweede zitting geeft U uitdrukkelijk toe dat er reeds een verkoops-actie bezig is, hetgeen dus de echte motivatie is om de vernietiging te verzoeken. Uw beider bedoeling is enkel mij het contractuele vastgelegde percentage royalties te ontnemen. En dat zijn miljoenen euro's.
Verder toont alinea drie dat U de feiten bewust verkeerd voorstelt. Het is echter niet ik die een tergende houding aannam, maar U Mr. Defosse die mij publiekelijk op Internet ten onrechte beschuldigde van allerlei misdrijven en mij aanwees als "oplichter". Er zijn voldoende bewijsstukken om Uw tergende en onterechte acties te staven. U beiden verwijst naar het "aanhouden van een schotschrift op internet" (mijn zgn. gele brief "To Whom It May Concern" <http://www.hollywood.org/dgs> op Internet) maar die publicatie geeft enkel een feitelijk historische relaas weer van de wijze waarop U beiden aan diverse personen dezelfde technologie hebben verkocht.
Ik herinner er U beiden aan dat die "gele brief" gedurende meer dan drie maanden van het Internet geweest van januari 2006 tot april 2006 nadat U mijnheer Defosse mij verzekerde niet meer in contact te zijn met uw zakenpartner en zaakwaarnemer Mr. De Leyn, maar toen kreeg ik informatie van de heer Peter Weber dat U, Mr. Defosse, via, dhr. De Leyn, nog steeds de video compressie aanbood aan derden via een gezamenlijke off-shore constructie. Toen werd nogmaals duidelijk Mr. Defosse dat U geen enkele intentie had een reeks overeenkomsten na te leven, ja zelfs bleef doorgaan met uw kwader trouw en onwil, en dus zag ik mij verplicht de "gele brief" terug op het Internet te plaatsen om andere mensen te waarschuwen dat aan de videocompressie juridische problemen verbonden zijn. Bijgevolg bent U Mr. Defosse zelf verantwoordelijk dat gele brief terug op het Internet weer werd geplaatst.
In alinea 4 stelt U dat ik verhinder dat de overeenkomst wordt uitgevoerd. Dat is een manifeste leugen. Naar aanleiding van de suggestie van de Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen heb ik voorgesteld een bemiddelingsprocedure te starten, maar U beiden waren daarmee niet akkoord, en wensten de noodzakelijke informatie niet te leveren.
Verder is het mij niet duidelijk over welke "samenwerkingsovereenkomsten" (in meervoudsvorm) sprake is. Kan U mij mededelen: het voorwerp van de overeenkomsten, de datum, en de namen van de ondertekenaars.
Ook maan ik U aan de samenwerkingsovereenkomst correct uit te voeren, en tevens de verbintenis dd. 14 juni 2004 ter goeder trouw uit te voeren, dwz. die delen van de videocompressie niet aan derden aan te bieden dewelke vallen onder de overeenkomst van 14 juni 2004. Ik wijs U op de derdemedeplichtigheid en medeaansprakelijkheid van derden voor daden die strijdig zijn met onze bindende overeenkomst.
Tot slot verzoek ik U beiden in het kader van de samenwerkingsovereenkomst mij per kerende mede te delen welke sommen U ontvangen heeft van de heren Bartes Van Ooijen, Guido Van De Moortele, Emiel De Leyn (bv. via Spanje) of van anderen, en mij mede te delen welke verkopen en/of licenties U inmiddels reeds gerealiseerd heeft.
Met behoud van al mijn rechten en zonder nadelige erkentenis.
Hoogachtend,
Dirk Laureyssens 21 december 2006
|
||||||